€ 150 kostenvergoeding:
benut u de WKR optimaal?
Een vaste kostenvergoeding lijkt een klein onderdeel van de salarisadministratie. Toch kan de fiscale verwerking ervan een merkbaar verschil maken voor uw vrije ruimte binnen de werkkostenregeling. Veel advocatenkantoren brengen een vergoeding volledig ten laste van de vrije ruimte, terwijl bepaalde kosten mogelijk anders kunnen worden behandeld. De vergoeding blijft hetzelfde, maar de fiscale inrichting en onderbouwing kunnen aanzienlijk slimmer.
€ 150 vergoeding betekent niet automatisch € 150 vrije ruimte
Stel: een advocaat-medewerker ontvangt iedere maand een vaste kostenvergoeding van € 150. Bij veel kantoren wordt dat bedrag volledig ten laste van de vrije ruimte binnen de werkkostenregeling (WKR) gebracht. Dat is administratief eenvoudig, maar fiscaal mogelijk niet optimaal.
Zo’n vergoeding bestaat meestal uit verschillende kostensoorten. Afhankelijk van de aard van de kosten kan een deel onder een gerichte vrijstelling vallen of als intermediaire kosten worden behandeld. Het eventuele restant komt dan in de vrije ruimte terecht. De vergoeding blijft € 150, maar de fiscale verwerking kan wezenlijk anders zijn.
Begin niet met de fiscale uitkomst, maar met de werkelijke kosten
Een goede vaste kostenvergoeding begint met een feitelijke inventarisatie. Het is niet de bedoeling om achteraf een bedrag te verdelen met als doel de vrije ruimte zo laag mogelijk te maken. De werkelijke, terugkerende kosten van de medewerkers zijn het uitgangspunt.
Denk binnen de advocatuur bijvoorbeeld aan:
· zakelijke telefoon- en communicatiekosten;
· vakliteratuur en beroepsgerichte kennisbronnen;
· thuiswerkkosten;
· parkeerkosten bij cliëntbezoeken of zittingen;
· kosten rond toga en beroepskleding;
· kleine uitgaven die een medewerker namens het kantoor doet.
Welke fiscale behandeling past, hangt af van de precieze feiten en voorwaarden. Niet iedere genoemde kostenpost is automatisch vrijgesteld. Juist daarom zijn een goede uitsplitsing en onderbouwing noodzakelijk.





