Is de bonusregeling van uw advocatenkantoor wel AI-proof?
Stel dat twee medewerkers tegenover u zitten tijdens het jaarlijkse bonusgesprek. De eerste medewerker schreef 1.380 declarabele uren. De tweede schreef 1.050 declarabele uren, gebruikt dagelijks AI, verkort doorlooptijden, verbetert werkprocessen en helpt collega’s efficiënter te werken. Wie heeft de grootste bijdrage geleverd aan uw kantoor?
Tien jaar geleden was het antwoord waarschijnlijk eenvoudig geweest. Vandaag is dat een stuk minder vanzelfsprekend.
AI verandert namelijk niet alleen de manier waarop advocaten werken. Het dwingt advocatenkantoren ook opnieuw na te denken over de vraag hoe prestaties van medewerkers worden beoordeeld en beloond.
AI vraagt om ander gedrag
Steeds meer advocatenkantoren investeren in AI. En terecht. Jurisprudentieonderzoek, documentanalyse en het opstellen van eerste concepten verlopen sneller dan ooit. AI zal de komende jaren een steeds grotere rol gaan spelen in de dagelijkse praktijk.
Toch worden medewerkers binnen veel kantoren nog grotendeels beoordeeld op één criterium: het aantal declarabele uren. Het is de vraag hoe lang dat criterium nog hanteerbaar is.
Want wat gebeurt er als een medewerker dankzij AI hetzelfde werk in minder tijd uitvoert? Levert die medewerker dan minder waarde? Of juist meer?
Wanneer slimmer werken leidt tot een lagere bonus, beloont een kantoor onbedoeld inefficiëntie. Dat is precies het tegenovergestelde van wat AI mogelijk maakt. AI maakt het mogelijk om hetzelfde, of zelfs beter werk in minder tijd uit te voeren. De vraag is of een beoordelingssysteem dat nog uitsluitend naar declarabele uren kijkt, die bijdrage voldoende herkent.
Declarabele uren blijven belangrijk, maar zijn niet meer voldoende
Dat betekent niet dat urennormen moeten verdwijnen. Declarabele uren blijven een belangrijke KPI voor de bedrijfsvoering. Maar de vraag is wel of uren nog de enige of zelfs de belangrijkste maatstaf voor individuele prestaties zouden moeten zijn.
Cliënten beoordelen een kantoor immers niet op het aantal geschreven uren. Zij beoordelen het op de kwaliteit van het advies, de snelheid waarmee een zaak wordt behandeld, de bereikbaarheid van de advocaat en uiteindelijk het behaalde resultaat.
Waarom zouden interne beoordelingssystemen dan uitsluitend naar uren blijven kijken?
Een modern beoordelingsmodel zou naast declarabele uren ook ruimte moeten geven aan factoren als:
- cliënttevredenheid;
- kwaliteit van dossiers;
- doorlooptijden;
- winstgevendheid van zaken;
- ontwikkeling van collega’s;
- kennisdeling;
- procesverbetering en innovatie.
Juist die factoren bepalen steeds vaker de concurrentiekracht van een kantoor.
Bonusregelingen sturen gedrag
Een bonusregeling is veel meer dan een financiële afspraak. Zij bepaalt welk gedrag het kantoor werkelijk belangrijk vindt.
Wanneer partners van medewerkers verwachten dat zij AI omarmen, kennis delen, processen verbeteren en bijdragen aan innovatie, dan moet dat gedrag ook zichtbaar worden beloond.
Gebeurt dat niet, dan investeert het kantoor in technologie die efficiëntie stimuleert, terwijl het beloningssysteem daar onvoldoende op aansluit.
De meest waardevolle medewerkers schrijven niet altijd de meeste uren
De medewerkers die straks het meeste verschil maken, onderscheiden zich niet alleen door de hoogte van hun urenproductie.
Het zijn vaak de professionals die technologie slim inzetten, werkprocessen verbeteren, kennis toegankelijk maken, collega’s helpen zich te ontwikkelen en bijdragen aan een efficiëntere organisatie. Juist zij zorgen ervoor dat investeringen in AI daadwerkelijk rendement opleveren.
De vraag is of de manier waarop prestaties worden beoordeeld en beloond nog aansluit bij deze ontwikkelingen.
Tijd voor een eerlijk gesprek
De discussie over AI gaat vaak over software, veiligheid en toepassingsmogelijkheden. En terecht.
Maar het gesprek zou ook moeten gaan over het gedrag dat kantoren willen stimuleren.
Niet de technologie bepaalt het succes van een kantoor, maar hoe het gedrag van medewerkers wordt gezien, gestimuleerd en gewaardeerd door de partners.
Misschien is dit daarom een goed moment om binnen uw kantoor één eenvoudige, maar fundamentele vraag te stellen:





